Een streven dat duidelijk zichtbaar werd tijdens Hatari’s eerste persconferentie. Links op het podium: zes IJslanders in BDSM-outfits die met een combinatie van deathmetal en underground techno het kapitalisme wreken. Rechts op het podium: de in zwart geklede presentatrice. De persconferentie begint ietwat ongemakkelijk, máár gemoedelijk. Presentatrice: Did the rehearsal go the way you imagined it would? En niet veel later: Have you ever worn the color pink in your life? Toch gaat het al snel mis. Op de vraag wat de jongens zullen doen als ze winnen, komt het volgende antwoord: ‘We will get to settle here in Israel with the first, liberal BDSM community of the Middle East. And we have already made plans to move the BDSM community from Iceland and Europe to this settlements.’

Het woord settlement is gevallen. Vertaling: nederzetting. Een subtiele sneer naar kolonisten die in door Israël veroverde/bezette gebieden woonachtig zijn. Kort erna gaat het opnieuw mis. Eén van de aanwezige journalisten leidt zijn vraag als volgt in: ‘Niet ver van ons vandaan heeft de haat gewonnen. Nu jullie hier toch zijn… draagt jullie boodschap eraan bij dat deze specifieke haat stopt?’ De presentatrice interrumpeert. ‘Just before you answer. We are here especially for the publicity of the Eurovision. And it can’t be held responsible for the safety of the citizens and other people. We are here to play music, to bring music and to have a very good time.’ Zanger Klemens: ‘Well, we would like to answer the question…’ Er volgt een afgewogen antwoord waarin team-IJsland de boodschap breder trekt dan enkel Gaza. Om het kort erna toch weer héél erg toe te spitsen op Gaza. De jongens geven aan zich keurig aan de Eurovisieregels te zullen houden, maar dat zij wél middels agenda setting een kritische discussie willen blijven aanwakkeren over de context waarbinnen het festival plaatsvindt.

De persconferentie eindigt rommelig. Na afloop ervan staat de kern van Hatari – Klemens en Matthías – verschillende (songfestival)media te woord. Voor de camera’s van fansite Wiwibloggs ontspint zich een opvallende dialoog. De stad Hebron komt ter sprake: een stad die zich op de Westelijke Jordaanoever bevindt en grotendeels onder het bestuur van de Palestijnse Autoriteit valt. Het Palestijnse deel (80%) wordt ook wel H1 genoemd, het Israëlische deel H2. Hebron, een stad die halverwege de jaren negentig verschillende keren in het nieuws kwam. In 1994 toen er tijdens de Ramadan op 800 biddende Palestijnen werd ingeschoten – 29 van hen moesten het met de dood bekopen – en in 1997 toen er een grote stap werd gezet in het Oslo-vredesproces (ondertekening Hebron-protocol).


Klemens Hannigan (deelnemer IJsland): ‘We zijn naar Hebron geweest, een Palestijnse stad. Daar werden wij door een Palestijnse gids rondgeleid, door het H2-gebied. Midden in het oude centrum bevinden zich drie Israëlische nederzettingen en een militaire basis. De straten waar we langs liepen, worden ook wel “ghost streets” genoemd. Het is eigenlijk een soort van spookstad. Alle Palestijnse winkels zijn verdwenen. De segregatie is zo duidelijk, zeker als je beseft dat Palestijnen deze ghost streets niet mogen betreden…’

Matthías Haraldsson (deelnemer IJsland): ‘De bezetting kent natuurlijk vele gezichten. Het lelijkste voorbeeld daarvan is zeker het voorbeeld dat jij zojuist al aanhaalde, de bezetting van Gaza, in het zuiden. Maar je kunt het ook duidelijk terugzien op de Westelijke Jordaanoever of op andere plekken in dit land. De politieke realiteit is tegenstrijdig en absurd. En de Apartheid is zó duidelijk zichtbaar.’

Klemens Hannigan (deelnemer IJsland): ‘Wij zijn er nog steeds van overtuigd dat wij een kritisch gesprek kunnen aanwakkeren of mensen bewust kunnen maken van de situatie hier. Met onze boodschap, met de kracht van agenda setting. Hopelijk maken we de wereld bewust via Eurovisie…’

William Lee Adams (fansite Wiwibloggs): ‘Inderdaad. En jij houdt de wereld ook nog op andere manieren bezig. Met je muziek, met je persoonlijkheid en je tripjes naar het strand. Zo zagen we je in een leren outfit over het strand lopen. Vertel het me alsjeblieft, hoe was dat?’


Over de IJslandse inzending van dit jaar valt zó ongelooflijk veel te schrijven. Zo kroonden de Hatari-jongens onder meer Naomi Klein, Noam Chomsky, Adam Curtis (Joy Division), Bob Fischer, Peaches, Rebecca Solnit, Die Antwoord en Theresa May tot politieke inspiratiebronnen en is er in het lied een automatisch vuurwapen te horen. In plaats van het geweer te herladen, schakelen de IJslanders over naar zanger Matthías die al gruntend het volgende couplet aftrapt.

In eigen land is het nummer een vreselijk grote hit, met name onder kinderen. Op internet zijn dan ook talloze filmpjes terug te vinden van schoolkinderen die volledig opgaan in zinnen als Haat zal zegevieren / geluk zal eindigen / want alles is een illusie / een verraderlijk luchtkasteel. Smelt (of gruwel) van ditditdit en dit filmpje. Maar vergeet daarbij niet dat het om een dystopie gaat.

Of zoals delegatieleider Felix Bergsson het treffend verwoordde: ‘Het was heel erg interessant om te zien wat er gebeurde toen Hatrið mun sigra in IJsland uitkwam. Mensen verkeerden in shock. […] Nog interessanter was het om te zien hoe the top of the opinion langzaam kantelde toen men zich realiseerde wat de werkelijke boodschap van het lied was. […] Kinderen houden van het lied. Zij mompelen in zichzelf dat haat zal overwinnen. Tenminste… als wij niet goed voor elkaar zorgen.’


Benieuwd naar meer over de verbinding tussen politiek en het Songfestival van 2019 in Tel Aviv? Eurostory maakte een drieluik van interviews met betrokken partijen: die vind je hierhier en hier.