Open brief aan de burgemeester van Alkmaar, mevrouw Anja Schouten
Amsterdam, 14 september 2026
Aan: mevrouw A. Schouten, burgemeester van Alkmaar
Betreft: Dringende oproep om te voorkomen dat de wedstrijd AZ – Hapoel Be’er Sheva op 15 oktober in Alkmaar plaatsvindt
Geachte mevrouw Schouten,
De Europa Leaguewedstrijd tussen AZ en Hapoel Be’er Sheva staat gepland voor 15 oktober in
het AFAS Stadion. Gezien de uitzonderlijke juridische, morele en maatschappelijke situatie
verzoeken wij u met klem deze wedstrijd niet in Alkmaar te laten plaatsvinden.
Dit is geen regulier sportevenement dat uitsluitend met voldoende politie- en
beveiligingspersoneel kan worden beheerst. De gebeurtenissen rond de wedstrijd Ajax tegen
Maccabi Tel Aviv in november 2024, waarbij racistische hooligans die de Israëlische ploeg
steunden gewelddadig door de straten van Amsterdam trokken, laten zien hoe snel een
wedstrijd waarbij een medeplichtige Israëlische club betrokken is in Nederland kan escaleren
tot een ernstige verstoring van de openbare orde.
De supporters van Hapoel Be’er Sheva FC verschillen hierin niet. In 2024 werd een wedstrijd
tussen Hapoel Be’er Sheva FC en Bnei Sakhnin, een ploeg die wordt gesteund door Palestijnse
burgers van apartheid-Israël, afgelast na gewelddadige aanvallen door supporters van Hapoel
Be’er Sheva op fans van Bnei Sakhnin. De supporters van Bnei Sakhnin hadden tijdens het
Israëlische volkslied hun rug toegekeerd als vreedzaam protest tegen Israëls genocide in Gaza.
De wedstrijd vond plaats op slechts 30 kilometer van Gaza.
Zelfs een rapport van een zionistische Israëlische organisatie laat zien dat tijdens het seizoen
2024/25, midden in Israëls voortdurende genocide in Gaza, racistische spreekkoren onder
Israëlische supporters met 64% zijn toegenomen ten opzichte van het voorgaande seizoen. Het
rapport stelt: “Het meest voorkomende racistische spreekkoor, ‘Laat het Israëlische leger
winnen, f**k de Arabieren’, werd niet minder dan 73 keer geregistreerd op verschillende
sportvelden in het land.”
Dit is het klimaat binnen het Israëlische voetbal. Racistisch, gewelddadig, genocidaal.
Leuven als precedent
De recente beslissing van de burgemeester van Leuven in België is in dit verband direct relevant.
Daar werd besloten de Europa League-wedstrijd tussen Union Saint-Gilloise en Hapoel Be’er
Sheva niet in Leuven te laten plaatsvinden vanwege risico’s voor de openbare veiligheid.
Als de openbare veiligheid in Leuven voldoende reden is om een dergelijke wedstrijd niet door te
laten gaan, is een vergelijkbare beoordeling dan niet eveneens noodzakelijk in Alkmaar? Dit
komt bovenop de fundamentele juridische en morele verplichtingen van de stad om niet
medeplichtig te zijn aan het verdoezelen, oftewel sportswashing, van genocide, apartheid en
illegale bezetting.
Wij verzoeken u daarom expliciet de beslissing van Leuven mee te nemen in uw afwegingen en
duidelijk te maken op grond waarvan de risico’s in Alkmaar anders zouden worden beoordeeld.
Geen “business as usual” in de sport
Naast het veiligheidsvraagstuk zijn er, zoals hierboven genoemd, fundamentele morele en
juridische kwesties aan de orde.
De geweldloze, antiracistische Palestijnse Boycott, Divestment and Sanctions (BDS)-beweging
roept op tot een internationale boycot van teams die genocidaal Israël vertegenwoordigen en
van Israëlische sportorganisaties vanwege hun duidelijke medeplichtigheid.
Wij steunen deze oproep, omdat deelname aan internationale sport niet geïsoleerd kan worden gezien van de bredere politieke werkelijkheid, zoals de geschiedenis van sportboycots en andere boycots
tegen het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime ons in het bijzonder heeft geleerd.
Naar onze mening mag sport niet worden gebruikt om een beeld van normaliteit te creëren
terwijl de ernstigste schendingen van mensenrechten en internationaal recht worden gepleegd
en zich een humanitaire crisis ontvouwt. Anders zouden wij niet alleen Palestijnen schade
berokkenen, maar ook bijdragen aan een wereldorde waarin het recht van de sterkste geldt en
waarin internationaal recht en universele mensenrechtenprincipes volledig worden begraven.
De bredere context moet eveneens worden meegewogen
De wedstrijd vindt plaats tegen de achtergrond van Israëls voortdurende genocide tegen
Palestijnen in Gaza, door de Israëlische staat gesteund kolonistengeweld en etnische zuivering
tegen Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever, en het onderliggende decennialange
apartheidsregime van Israël.
Nederland is partij bij het Genocideverdrag en draagt als verdragsstaat de verantwoordelijkheid
om genocide te voorkomen. Als gastland van zowel het Internationaal Gerechtshof (ICJ) als het
Internationaal Strafhof hebben wij zelfs een verhoogde verantwoordelijkheid om dat te doen. Wij
vragen u niet om als burgemeester een zelfstandig juridisch oordeel te vormen over de situatie in Gaza, maar wel om uitspraken van het Internationaal Gerechtshof, en de daaruit voortvloeiende verplichtingen om genocide te voorkomen en alle medeplichtigheid aan Israëls illegale bezetting en apartheid te beëindigen, evenals de bredere internationale en maatschappelijke context, niet te negeren.
Wij kunnen bovendien niet negeren dat het toestaan dat teams die Israël vertegenwoordigen
blijven deelnemen aan het internationale voetbal terwijl de gewelddaden tegen Palestijnen
voortduren, bijdraagt aan Israëls straffeloosheid en het internationale recht zelf in gevaar brengt.
Ons verzoek
- De wedstrijd AZ – Hapoel Be’er Sheva op 15 oktober niet op het grondgebied van Alkmaar te
laten plaatsvinden door de evenementenvergunning in te trekken, een noodbevel uit te
vaardigen of een andere passende juridische maatregel te nemen; - Serieuze aandacht te besteden aan de openbare veiligheid, maatschappelijke spanningen en
de noodzakelijke inzet van publieke middelen, naast de juridische en morele verplichtingen van
de stad; - De beslissing van de burgemeester van Leuven expliciet mee te nemen in uw beoordeling;
- Bij uw besluitvorming rekening te houden met de aangekondigde en verwachte vreedzame
protesten, evenals met de bredere maatschappelijke, internationale en internationaalrechtelijke
context.
Met belangstelling zien wij uw reactie tegemoet.
Hoogachtend,
Namens Diensten- en Onderzoek Centrum Palestina,
Nadia Slimi
Voorzitter

